|
WERKWIJZE
Bij de
bestrijding van ziekten en plagen in onze boomgaard maken wij bij de
meeste fruitsoorten zoveel mogelijk gebruik van geleide en geïntegreerde
bestrijding, met daarbij veel aandacht voor de biodiversiteit in de
boomgaard.
Bij geleide bestrijding wordt alleen gespoten wanneer op
grond van waarnemingen verwacht mag worden dat er bij géén
bespuiting te grote schade zal optreden. Enige schade vinden wij wel
acceptabel. Waarnemingen vinden plaats door goed in het gewas te kijken
naar eventuele schadelijke ziekten en plagen, waarbij onder andere gebruik wordt
gemaakt van speciale insectenvalletjes.
Bij de geïntegreerde bestrijding worden alleen die
gewasbeschermingsmiddelen (zowel chemisch als biologische) gebruikt, die
de natuurlijke vijanden van schadelijke insecten sparen. Door de
werkwijze is
het mogelijk gebleken dat tegen een aantal schadelijke insecten
niet meer hoeft te worden gespoten. Een voorbeeld van een natuurlijk
vijand is het lieveheersbeestje, dat zich graag te goed doet aan diverse
luizensoorten.
Biodiversiteit is alles wat leeft, groei en bloeit. Het is in de
boomgaard onmisbaar om het geheel weerbaar en duurzaam te houden,
waardoor er minder hoeft te worden gespoten. Zo zijn
bijvoorbeeld goede leefomstandigheden voor de al genoemde natuurlijke
vijanden van belang, maar ook een divers bodemleven is erg belangrijk.
In de bodem leven veel bacteriën, schimmels en dieren, zoals
wormen. Deze zorgen ervoor dat de (organische) mest goed gemengd wordt
en gelijkmatig
vrij komt. Ook helpen regenwormen bij de vertering van afgevallen blad
waardoor ziekten die op dit blad aanwezig zijn minder kans krijgen. Ook
zorgen zij voor een goede bodemstructuur. Om
het bodemleven te stimuleren gebruiken wij stalmest en compost en
strooien wij geen kunstmest. Er diverse maatregelen getroffen
om nuttige dieren in de boomgaard te krijgen en te behouden, enkele voorbeelden: |
|
Door vergroting van de biodiversiteit in de boomgaard
neemt niet alleen het aantal natuurlijke vijanden toe, maar onder andere ook het
aantal insecten, vogels en planten die niet nuttig, maar ook niet schadelijk
zijn,
en die wél schadelijk kunnen zijn. Zo kunnen eerst minder voorkomende schadelijke
insecten zich uitbreiden en een plaag vormen; zorgen meer vogels voor meer
aangepikt fruit enz.. Het is van belang het juiste evenwicht te bereiken. Tot
nu toe gaat dat goed, waarbij wij dus enige schade tolereren, ook al omdat
fruit met (lichte) afwijkingen door ons wordt uitgesorteerd en verwerkt tot
'Heerlijkheidproducten'
Kortom: Biodiversiteit is te
realiseren met relatief eenvoudige maatregelen. Door goed te controleren kunnen
de gevolgen van eventuele nadelen beperkt blijven. Samen met een
beperkt gebruik (Wij gebruiken ca. een kwart van het gemiddeld verbruik in
Nederland), en een juiste keuze van de bestrijdingsmiddelen (zowel
biologisch als chemisch) en een
minimaal gebruik van kunstmest werken wij aan een juist evenwicht in de
boomgaard. De afhankelijkheid van bestrijdingsmiddelen neemt af, natuurlijke
vijanden krijgen meer kansen, de bodemvruchtbaarheid wordt vergroot en de
natuurlijke omgeving in en rond de boomgaard versterkt. Een boomgaard, waar het fijn werken is en waar een goede oogst
met een beperkte belasting van het milieu mogelijk is. |